Wat we zien

De gezondheids- en welzijnszorg is in Nederland goed georganiseerd. Heel goed, maar dat heeft ook een keerzijde. Administratieve organisatie en controle leiden tot standaardisatie. Soms is dat gewenst, maar in heel veel situaties niet. De zorg wordt steeds onpersoonlijker en de kwaliteit minder.

We zien hoe de zorg kampt met tekorten en een slecht imago. Er is steeds minder ruimte om uiting te geven aan de bezieling voor het vak en voor de patiënt tussen de vele, strak geprotocolleerde werkzaamheden. Mede daardoor is de aantrekkelijkheid van het vak laag en dalende, met als gevolg zowel een gebrek aan interesse om in te stromen, alsook een grote hoeveelheid professionals die het vak verlaten, niet zelden gedesillusioneerd of met een burn-out.

We zien dat de focus op het technische aspect van zorgverlenen er toe leidt dat patiënten en cliënten geen verschil meer kunnen zien tussen de manier waarop aanbieders zorg verlenen. Daardoor zijn ze niet in staat de manier van zorgverlenen te kiezen die bij hen als mens past. Op datzelfde vlak laten zorgorganisaties kostbare kansen liggen om kleur te bekennen en zowel professionals als patiënten aan zich te binden op basis van een overeenkomstige kijk op het leven.

Slechts een enkeling steekt af bij dit beeld. Het Elisabeth ziekenhuis in Tilburg wil “het liefste ziekenhuis van Nederland” zijn, het Rosa Spierhuis richt zich op de waarden die gemeengoed zijn onder kunstenaars. Het zijn nu nog de uitzonderingen.

Geef een reactie